de afspraak

blog, 5 mei 2020 

Soms heb je wel eens patiënten die een gevoelige snaar raken. Ze doen wat met je. Mr. Janssen is zo’n patiënt. Zonder al te veel woorden, weet ik wat hij bedoelt en wat ik voor hem kan doen. En dat is fijn wanneer je zo ziek bent als hij is. Tijdens de dagen die ik voor hem zorgde, leerde we elkaar snel kennen. Mr. Janssen hoeft niet meer tegen me te zeggen hoe hij zich voelt. Dat kan ik zelf wel zien.

Ik weet het nog precies. De allereerste keer dat we kennis maakte met elkaar. De grote zware houten deur ging open. Ik kom geheel ingepakt met mondkapje, bril, schort en handschoenen binnen. Daar zat hij dan. Lachend in zijn bed. 15 Liter zuurstof via een zuurstofmasker over de neus en mond, hij is benauwd. Dat is aan alles te zien. Maar hij zit erbij alsof er niets aan de hand is. We maken een praatje. We luisteren naar muziek. We maken grapjes, we lachen. Daarna ik ga weer naar buiten. Hij blijft alleen in zijn kamer achter tot mijn volgende ronde.

Telkens als ik bij hem binnen kom is er niet veel wat ik voor hem kan doen. Mr. Janssen is het type patiënt die alles goed vindt. Iemand die niet veel van zich laat horen. Iemand die geduldig op je wacht wanneer je even met je andere patiënten bezig bent. Mr. Janssen is iemand waar je graag een stapje extra voor zet. Waarbij je even een keer vaker naar binnen loopt om te kijken of het echt wel zo goed gaat als hij zelf zegt. Mijn dienst begint met een bezoekje aan hem. Waar ik word verwelkomd met een stralende lach. We zijn blij om elkaar weer te zien.

Mr. Janssen is ziek, ernstig ziek. In plaats van dat het vooruit gaat, gaat het achteruit. De praatjes worden korter, het kost te veel energie. Ik maak nu de grapjes in plaats van dat hij dat doet. Gelukkig kan hij ze waarderen en lacht hij er nog om. Want ja, we moeten er toch nog iets van maken samen. We doen geen dingen meer die niet nodig zijn. Want het put hem uit. Ondertussen vecht hij door, want er zijn nog zoveel dingen om voor te leven.

We doen met zijn alle onze uiterste best, om hem beter te maken. Of het gaat lukken, dat weten we niet. Of we bang zijn samen? Nou en of. Dat hoeven we niet eens hardop te zeggen tegen elkaar om dat te kunnen zien. Maar we geven niet op, niet zolang hij ervoor wil blijven strijden. En op het moment dat dat niet meer gaat. Zijn we er om ervoor te zorgen, dat hij niet meer hoeft te knokken. Hij krijgt dan de rust, waar hij zo voor gevochten heeft.

Het einde van mijn dienst. Het voelt het alsof we afscheid nemen. Ik zeg dat ik er morgen een dagje niet ben. We vinden het beiden jammer. We spreken af, elkaar die dag erna weer te zien. Of het ook werkelijk zo gaat zijn, dat weten we beiden niet.

Door: Elyse Palings
Facebookpagina: Dagboek Van Verpleegkundige

Wil je ook graag (weer) in de zorg werken? Maak dan nu een gratis account aan op zorgjob.nu

Psst. Wil je op de hoogte gehouden worden van dit en ander nieuws? Schrijf je dan in voor onze gratis nieuwsbrief door het formulier hieronder in te vullen. 👇👇👇